DutchBodybuilding.com forum

DutchBodybuilding.com forum (http://forum.dutchbodybuilding.com/)
-   Herstel en blessures (http://forum.dutchbodybuilding.com/f43/)
-   -   Schouder problemen (http://forum.dutchbodybuilding.com/f43/schouder-problemen-69325/)

beginnerbb 18 April 2009 21:30

Citaat:

Origineel gepost door mass_builder (Post 3740554)
dus wat ik wilde zeggen: er zit wel een kern van waarheid in je verhaal, maar die gaat alleen op wanneer er geen sprake is van patho-kinematica en/of mechanical constraints.

Hoewel ik persoonlijk de upright row redelijk risky vindt. Voor de kenners: deze oefening lijkt enigzins op de hawkins-kennedy test voor schouderimpingent... De combinatie van anteflexie/endorotatie vind ik redelijk 'risky'.

Zonder klachten is hij niet risky. Je verkleint obviously de ruimte tussen humerus en acromion, maar zolang er geen klachten ontstaan is er niks aan de hand (patho-kinemtisch;)).

Dit is laatste wat ik zeg trouwens, dit topic is al 3 jaar oud, en the nose reageert bijna niet meer in dit subforum.

mass_builder 18 April 2009 23:47

Citaat:

Origineel gepost door beginnerbb (Post 3740558)
Zonder klachten is hij niet risky. Je verkleint obviously de ruimte tussen humerus en acromion, maar zolang er geen klachten ontstaan is er niks aan de hand (patho-kinemtisch;)).

Dit is laatste wat ik zeg trouwens, dit topic is al 3 jaar oud, en the nose reageert bijna niet meer in dit subforum.

nee klopt dat ben ik met je eens;)

zeg maar lekker niks meer, aardig hoor:(

grapje;)

Loo 19 April 2009 10:16

Hey mooie bump dit topic, goede posts van brian EN beginnerbb!
Je zou wat vaker dit soort posts moeten doen mass_builder!

Citaat:

deze veroorzaken een dorsocraniale migratie van je humeruskop tijdens bewegen en door voor impingement. Daarnaast vermoed ik dat een verkorting van de weke delen van het glenohumerale gewricht ook je cleidoscapulaire complex beperkt. Deze beschrijving laat ik even achterwege vanwege haar relatieve complexiteit, maar voor de geinteresseerden, pm me.
ik heb hier wel interesse naar, hoezo post je dat niet in dit topic?

Ik heb nog een vraag voor jou Brian;

Bij bodybuilders en/of powerlifter zie je vaak een verkorting van de ventrale structuren van je schouder (pec minor / major). Deze dysbalans in protractoren > retractoren zorgt voor een verstoring van de natuurlijke anatomische positie in rust en tijdens gebruikt (teveel endorotatie humerus + protractie scapula) en veroorzaakt vanzelfsprekend impingement klachten.
Een dysbalans waarbij de retractoren overheersen komt naar mijn weten zelden tot niet voor.

Nu kom ik in jou "oplossingen rijtje";
- je dorsale weke delen rekken.

Zou je in dit soort gevallen niet juist richting exorotatie willen trainen en de ventrale weke delen willen rekken?

mass_builder 27 April 2009 16:20

Citaat:

Origineel gepost door Loo (Post 3741221)
Hey mooie bump dit topic, goede posts van brian EN beginnerbb!
Je zou wat vaker dit soort posts moeten doen mass_builder!



ik heb hier wel interesse naar, hoezo post je dat niet in dit topic?

Ik heb nog een vraag voor jou Brian;

Bij bodybuilders en/of powerlifter zie je vaak een verkorting van de ventrale structuren van je schouder (pec minor / major). Deze dysbalans in protractoren > retractoren zorgt voor een verstoring van de natuurlijke anatomische positie in rust en tijdens gebruikt (teveel endorotatie humerus + protractie scapula) en veroorzaakt vanzelfsprekend impingement klachten.
Een dysbalans waarbij de retractoren overheersen komt naar mijn weten zelden tot niet voor.

Nu kom ik in jou "oplossingen rijtje";
- je dorsale weke delen rekken.

Zou je in dit soort gevallen niet juist richting exorotatie willen trainen en de ventrale weke delen willen rekken?

Hey mooie bump dit topic, goede posts van brian EN beginnerbb!
Je zou wat vaker dit soort posts moeten doen mass_builder!



ik heb hier wel interesse naar, hoezo post je dat niet in dit topic?

Wanneer je kijkt naar het normale anteflexie-elevatie patroon van de schoudergordel kan men constateren dat de clavicula een half-ellipsvormige beweging maakt; eerst naar ventraal, dan naar craniaal, dan naar dorsaal en ten slotte naar caudaal. Deze beweging verloopt bij een normaal bewegelijke schoudergordel geheel concomitant met de scapulaire beweging richting respectievelijk elevatie, laterorotatie en protractie. Door de kinetische concomitantie van deze 2 botstukken, vind er nagenoeg geen beweging plaats in het AC-gewricht. Bijna alle rotatie vind plaats in het SC gewricht. Met name in de laatste 20 graden anteflexie-elevatie, wanneer de scapula richting protractie beweegt (angulus inferior naar ventraal, en concomitant daarmee een aanzienelijke verplichte clavicula-rotatie optreedt), roteert het SC-gewricht.

Wanneer in de bovenstaande beweging beperkingen aanwezig zijn zal de scapula dus minder latero-roteren gedurende de hele beweging en minder ventraal-roteren in de eindstand.

Hierdoor blijft het acromion te weinig van de subacromiale structuren verwijderd

-->subacromiaal impingement

Hierdoor volgt de cavitas glenoidales de humeruskop onvoldoende

-->anteroinferieure glenohumerale instabiliteit (indien kapsel laxide)

Maar wat er nog meer gebeurd is dat de beschreven beweging van de clavicula in tegenovergestelde beweging verloopt, dus-->richting dorsaal, craniaal. Door deze pathologische beweging van de clavicula komen de SC-ligamenten/kapsel op spanning en loopt de clavicula tegen de eerste rib, waardoor de clavicula niet meer kan roteren in het SC in de eindstand. Wat er dan gebeurd, is dat de scapula toch richting protractie/laterorotatie verder beweegt, waardoor er AC-torsie ontstaat en de processus coraco´deus tegen de clavicula aanloopt. Dit beeld ziet men ook bij een frozen shoulder, alleen in extremere mate dan wanneer alleen het cleidoscapulaire complex ''an sich'' is beperkt. ''An sich'' in deze, omdat een beperkt glenohumeraal kapsel een van de aanleidingen is tot cleidoscapulaire diskinesie.

Met in ons achterhoofd dat de kwaliteit der claviculabeweging een indicator is voor het al dan niet normaal zijn van bewegingen in de schoudergordel, bekijken we de horizontale adductietest nog eens. Vanuit een positie vanuit 90 abductie, beweegt men de arm naar horizontale adductie. Bij een normale lengte van het dorsale kapsel, beweegt de scapula pas bij 90 graden anteflexie significant richting protractie. Bij een verkort dorsaal kapsel, beweegt de scapula eerder naar protractie. Wanneer de scapula naar ventraal beweegt, beweegt de clavicula naar dorsaal. Wanneer de scapula dus eerder naar protractie beweegt, beweegt de clavicula eerder naar dorsaal.

Bij een normaal bewegelijke schoudergordel beweegt de clavicula wel in de eindstand naar dorsaal (de bovenbeschreven rotatie), maar nog niet bij de 90graden anteflexie. En we hebben zojuist gezien dat bij een verkorting van de dorsale weke delen, in de positie van 90 graden anteflexie de scapula al richting protractie is bewogen en dus de clavicula naar dorsaal (bij de horizontale adductietest). Dus, bij een persoon met een verkort dorsaal gewrichtskapsel, zal de clavicula bij de 90graden anteflexie al naar dorsaal zijn bewogen. En we hebben zojuist bezien, wat voor een pathologische implicaties deze beweging heeft (AC-torsie, kissing coraco´d, subacromiaal impingement, glenohumerale instabiliteit indien kapsel laxide).
Vanuit dit licht bekeken is een positieve horizontale adductietest niet zozeer alleen een uiting van een beperkte scapula alsmede zeker ook een oorzaak van een beperkte scapula.

Ik heb nog een vraag voor jou Brian;

Bij bodybuilders en/of powerlifter zie je vaak een verkorting van de ventrale structuren van je schouder (pec minor / major). Deze dysbalans in protractoren > retractoren zorgt voor een verstoring van de natuurlijke anatomische positie in rust en tijdens gebruikt (teveel endorotatie humerus + protractie scapula) en veroorzaakt vanzelfsprekend impingement klachten.
Een dysbalans waarbij de retractoren overheersen komt naar mijn weten zelden tot niet voor.

Nu kom ik in jou "oplossingen rijtje";
- je dorsale weke delen rekken.

Zou je in dit soort gevallen niet juist richting exorotatie willen trainen en de ventrale weke delen willen rekken?[/QUOTE]

Dat bij krachtsporters de m. pectoralis minor/major regelmatig verkort zijn en de retractoren verlengd/verzwakt (of i.i.g niet versterkt) is een feit. Dit veroorzaakt een structurele protractiestand van de scapula maar ook een structurele anterior-tipping van de scapula. Hierbij beweegt het acromion naar voren/onder en de angulus inferior richting dorsaal. Dit is precies de tegenovergestelde beweging als de ventraalrotatie van de scapula in de laatste graden anteflexie, waarbij de angulus inferior juist richting ventraal beweegt. Dat deze structurele afwijkende scapulaire stand de endorotatie beperkt, is echter onjuist. Immers, bij een protractie beweegt het dorsale aspect van het gleno´d juist richting het caput humeri, waardoor juist het dorsale kapsel verkort. Hierdoor raakt de endorotatie juist beperkt. Daarnaast maken bodybuilders juist heel veel exorotatie. Alleen al bij een shoulder press, wordt er voortdurend in 90 graden exorotatie bewogen. Dit verkort het dorsale kapsel alleen maar meer. En we hebben zojuist bezien, dat een verkorting van de dorsale structuren de cleidoscapulaire mobiliteit beperkt. Dus moet men naar mijn mening de dorsale structuren oprekken.

Ik volg recentelijk de cursus schouderrevalidatie en heb daarbij o.a. les van orthopedisch chirurg M.P.J. van der List. Deze heeft d.m.v. kadaver en in vivo studies aangetoond dat bij een normale lengte van het glenohumerale gewrichtskapsel bij iedereen de volgende uitslagen worden geconstateerd:
1. exorotatie in 0 graden abductie90
2. exorotatie in 90 graden abductie90
3. abductie in 0 graden exorotatie90 (glenohumeraal dus stabiliseer scapula)
(n.b.-->alles vanuit het scapulaire en niet vanuit het frontale vlak gemeten)
‘’90 90 90’’
Dus met deze tests kun je makkelijk aantonen of het ventrale/dorsale kapsel beperkt is. Is dat niet zo, hoef je het ook niet op te rekken.
Maar in bovenstaande beschrijving hebben we ook gezien dat voor een normaal lengte van het dorsale kapsel, 90 graden horizontale adductie moet worden gehaald totdat de scapula significant meebeweegt, dus ik denk dat we er ‘’90 90 90 90’’ van moeten maken.
Waar het om gaat, is dat het cleidoscapulaire complex alleen normaal en voldoende kan bewegen wanneer de glenohumerale kapselengte normaal is. Is dit niet zo (een markant voorbeeld is de frozen shoulder) zal de clavicula te vroeg naar dorsaal bewegen en dus vastlopen en zal een compensatie vanuit de scapula optreden. Ge´soleerde cleidoscapualaire mobilisaties en spierversterkende oefeningen voor de scapulothoracale musculatuur hebben dientengevolge alleen dan zin, wanneer het kapsel een normale lengte heeft. Is dat niet zo, moet je deze oprekken. Of dat nu voor het ventrale, caudale of dorsale kapsel is. Pas dan wanneer er sprake is van een ‘’90 90 90’’ en ik denk dus van een ‘’90 90 90 90’’, is het mogelijk effectief om de m. pectoralis major/minor te verlengen en de retractoren te versterken, of eventueel een scapulamobilisatie uit te voeren. Het gaat er dus puur om dat je eerst kijkt of het glenohumerale kapsel normaal is:
1. exo in 0 abd (90?)
2. exo in 90 abd (90?)
3. abd in 0 exo (90?)
4. en volgens mij ook: horinzontale adductie (90?)
en afhankelijk van welk deel verkort is, bepaald je rekkins-richting. En ik denk dat vaker de horinzotale adductie positief is, dan dat een van de exo’s of abd positief is.

mass_builder 27 April 2009 16:40

Hierbij, een stukje door mij geschreven over hoe ik vind dat je schouderklachten moet benaderen:

Een theoretisch construct omtrent de fysiotherapeutische benadering bij schouderklachten
Meest belangrijke aspect bij de anamnese: TRAUMA aanwezig ja of nee?
Eerst uitgaan van het glenohumerale gewrichtskapsel

1. Verkort glenohumeraal kapsel
• exorotatie in 0 graden abductie85-90 graden
• exorotatie in 90 graden abductie90 graden
• abductie in 0 graden exorotatie90-105 graden
• horizontale adductie (5e Stenver’s criterium)90 graden
• rotatiespectrum ( waarschijnlijk verschoven richting endorotatie indien 5e Stenver’s criterium positief)
Bij een verkort glenohumeraal schouderkapsel, vind er te weinig rotatie plaats in het glenohumerale gewricht en dit kan dus impingement veroorzaken. De primaire oorzaak van dit fenomeen, namelijk een verkort schouderkapsel, dient primair aangrijpingspunt te vormen voor diagnostiek&therapie. Impingementtests leveren dan geen verdere pragmatische informatie op. Daarnaast beperkt een glenohumerale beperking het cleidoscapulaire complex doordat bij elevatie het cleidoscapulaire complex richting dorsaal beweegt wat leidt tot een dorsaalwaartse verplaatsing van de clavicula. Door deze claviculaire verplaatsing komen enerzijds de sternoclaviculaire ligamenten op spanning en loopt anderzijds de clavicula vast op de thorax. Omdat nu ook het glenohumerale gewrichtskapsel is beperkt zal de scapula een compensatoire beweging maken om toch enigszins te kunnen bewegen. Doordat de vastgelopen clavicula niet kan roteren ontstaat enerzijds torsie in het AC-gewricht en dit kan leiden tot pathologische hypermobiliteit in dit gewricht en anderzijds zal de processus coraco´deus tegen de clavicula aanlopen ‘’kissing coraco´d’’. Het meest markante voorbeeld van een verkort glenohumeraal kapsel ziet men bij de ‘’frozen shoulder’’.

2. Verlengd glenohumeraal kapsel
• hyperabduction test 105
• horizontal retroflexion test50
• jerk testpijnlijke en evidente ‘clunk’
Een verlengd glenohumeraal kapsel kan leiden tot glenohumerale instabiliteit en impingement. Daarmee, kan een verlengd glenohumeraal gewrichtskapsel ook cuff scheuren veroorzaken. Vast staat, dat een een fysiotherapeut wel een verkort glenohumeraal kapsel kan verlengen doch geen verlengd glenohumeraal kapsel kan verkorten (een orthopeed wel). Gelukkig voor ons fysiotherapeuten: verlengde, hyperlaxe gewrichtskapsels hoeven niet perse tot klachten te leiden. Dit kan overigens wel, maar meestal zijn er meer ‘voorwaarden’ in de zin van ‘mechanical constraints’ ‘nodig’, naast een hyperlax kapsel alleen, om daadwerkelijk schouderklachten te induceren. Aangrijpingspunt voor fysiotherapie is dan ook om die mechanical contraints te onderzoeken en te behandelen. Je bent dan in feite voorwaarden aan het creeŰren om de convexiteit bij de concaviteit te houden en andersom, ondanks het glenohumerale gewrichtskapsel.
Overige mechanical constraints zijn (en hoe je die kunt onderzoeken):
Movement impairment van het cleidoscapulaire complex
 Axillaire haargens
 Caudaalwaarts glijden scapula
 Clavicularotatie
 CTO rotatie
 Extensie CTO
 Mobiliteit thorax
 Statische scapulastand (protractie?winging?prominente angulus inferior?)
Motor control impairment van het cleidoscapulaire complex
 Winging scapula
 Stabiliteitstest m. trapezius pars descendens/ascendens
 Stabiliteitstest m. serratus anterior
 Individueel spierfunctieonderzoek scapulothoracale musculatuur
 Scapula retractie test
Motor performance impairment van het cleidoscapulaire complex
 FROM (vanuit PSK)
 Scapulair lateral slide test
 Scapular assistance test
 Repeated abduction
 Repeated anteflexion
Motor control/performance impairment van het glenohumerale system
 kracht/co÷rdinatie rotator cuff musculatuur
 kracht/co÷rdinatie m. delto´deus
Net zoals bij het verkorte gewrichtskapsel is het bij het verlengde glenohumerale gewrichtskapsel weinig pragmatisch om ‘uit te testen’ of er sprake is van impingement dan wel een ander pathologisch substraat. Op het moment dat iemand met een hyperlax schouderkapsel een fysiotherapeut consulteert met klachten, is het bijna vanzelfsprekend dat er structuren pijn doen, ‘impingen’ en eventueel zijn beschadigd, al helemaal wanneer er nog ‘andere voorwaardelijke mechanical contraints’ aanwezig zijn. Provocatietests zullen daarom ook pijn doen. Wederom dient fysiotherapeutische diagnostiek dus gericht te zijn op de mechanical contraints en hoe die vervolgens d.m.v. therapie te be´nvloeden zijn.


Bij een normaal glenohumeraal gewrichtskapsel, uitgaan van het cleidoscapulaire complex
Fysiotherapeutisch onderzoek
- axillaire haargrens
- caudaalwaarts glijden scapula
- CTO rotatie
- clavicularotatie
- extensiemogelijkheid CTO
- stand scapulae (protractie, prominente angulus inferior, winging)
R÷ntgencinematografisch onderzoek
1. Bij de normaal bewegelijke schouder projecteert de cavitas gleno´dales zich nagenoeg horizontaal in de eindstand en bij de licht beperkte schouder treedt dit fenomeen niet op. De cavitas gleno´dales blijft bij een licht beperkte schouder schuin staan. Dit is een direct gevolg van de verminderde scapulaire laterorotatie.
2. Bij de normaal bewegelijke schouder projecteert de spina scapulae zicht nagenoeg verticaal en bij de licht beperkte schouder treedt dit fenomeen niet op. De spina scapulae blijft bij een licht beperkte schouder schuin staan. Dit is een direct gevolg van de verminderde scapulaire laterorotatie
3. Bij de normaal bewegelijke schouder projecteert in de eindstand, in tegenstelling tot de spina scapulae, de clavicula extremitas acromialis zich breder dan bij grofweg 150 graden. Dit wordt veroorzaakt door een aanzienelijke clavicularotatie vanuit het SC-gewricht. Dit kun je ook waarnemen doordat de driehoek van de verminderde bottdichtheid van de clavicula. Het is deze claviculaire rotatie die concomitant verloopt met het ventraalwaarts glijden van de angulus inferior waardoor ook de volgende fenomenen worden waargenomen:
 De processus coraco´deus projecteert zich voor de clavicula
 De achter- en voorranden van de cavitas zijn niet specifiek zichtbaar (niet zoals een ellips)
 De spina scapulae projecteert zich smaller
 Het acromion is niet meer zichtbaar. Deze draait dorsaal van het caput humeri en kantelt achterover en vormt alhier ‘de leuning van een stoel’. Indien dit niet optreedt zal het acromion niet alleen nog zichtbaar zijn (verminderde latero-rotatie), maar zal ook de achterrand van de cavitas gleno´dales nog zichtbaar zijn (zie boven). Ook de cavitas staat dan nog naar voren gekanteld. Praktisch bekeken vormen acromion en cavitas nu een ‘sta op stoel’..
Klinisch betekent dit het volgende
• i.c.m. Laxide IGHL+MGHL=glenohumerale luxatie
• i.c.m. Laxide IGHL v MGHL=glenohumerale instabiliteit
• i.c.m. Normaal kapsel=subacromiaal impingement
• i.c.m. Verkort kapsel=subacromiaal impingement (echter leidt een stug kapsel Řberhaupt tot impingement en een cleidoscapulaire beperking, zie eerder)

Naast het feit dat een beperkt cleidoscapulair complex i.c.m. met een normaal kapsel leidt tot impingement en i.c.m. een een laxide kapsel leidt tot glenohumerale instabiliteit doordat de fornix humeri niet voldoende ruimte bewaard voor de subacromiale ruimte respectievelijk doordat de fornix humeri en cavitas gleno´dales geen stabiel ondergrond voor het caput humeri vormen, vinden we nog meer pathokinematische fenomen t.g.v. van een beperkt cleidoscapulair complex. Deze hebben hun locus in tegenstelling tot subacromiaal impingement en glenohumerale instabiliteit niet zozeer in het glenohumerale systeem (subacromiale ruimte+glenohumerale gewricht) maar elders in het cleidoscapulaire systeem. Deze zijn een direct gevolg van het feit dat bij een beperkt cleidoscapulair complex, de clavicula geen half-ellipsvormige beweging naar respectievelijk ventraal, craniaal, dorsaal en caudaal maakt maar anderzom. Hierdoor ‘loopt’ de clavicula vast op de thorax waardoor:

 er costoclaviculaire compressie kan optreden
Door dit vastlopen van de clavicula op de thorax kan de clavicula haar fysiologische rotatie niet meer maken. Toch ‘probeert’ de scapula wel verder te bewegen waardoor we dezelfde pathokinematische fenomen aantreffen die we al eerder bij een verkort glenohumeraal kapsel aantroffen. Deze zijn:
• torsie in het AC gewricht
• ‘’kissing coraco´d’’
Blijkbaar is het zo concomitant mogelijk bewegen van clavicula en scapula belangrijk voor een gezonde schoudergordel. Wanneer de scapula excessiev t.o.v. de clavicula gaat bewegen kunnen we spreken van patho-kinematique. Dit gebeurt zowel wanneer het glenohumerale kapsel beperkt is als wanneer het cleidoscapulaire complex beperkt is. Wanneer het glenohumerale kapsel normaal is (je eerste uitgangspunt tijdens het onderzoek) en het cleidoscapulaire complex niet beperkt is ‘’movement impairment’’ (het tweede uitgangspunt tijdens het onderzoek) kunnen de overige mechanical constraints, beschreven bij het laxide kapsel, als uitgangspunt in het onderzoek genomen worden.


Waar hebben het trauma en/of de mechanische constraints toe geleid?
Pathomechanische fenomenen
1. subacromiaal impingement
• painful arc test
• infraspinatus spierkracht test
• hawkins kennedy test
2. glenohumerale instabiliteit
• apprehension test
• relocation test
• release test
3. thoracic outlet compressie syndroom
• test volgens Roos
Pathologisch anatomisch substraat
1. rotator cuff tear
• painful arc test
• infraspinatus spierkracht test
• drop arm sign
2. labrum letsel
• crank test (generiek)
• kim’s test (postero-inferieur)
• jerk test (posterieur)
3. SLAP-laesie
• O’brien active compression test
• Anterior slide test
4. AC-arthropathie
• hoge painful arc test
• cross body abduction test
• yokum’s test
• pianotoetsfenomeen (traumatisch)


Bovenstaand verhaal heeft dus de volgende pragmatische klinische implicaties voor de fysiotherapie:
1. Een verkort glenohumeraal gewrichtskapsel leidt tot glenohumerale bewegingsveranderingen (rol/glijden) en tot een pathokinematisch gedrag van het cleidoscapulaire complex. Men dient dus bij een verkort glenohumeraal gewrichtskapsel primair de therapie ‘op deze’ te richten
2. Een verlengd glenohumeraal gewrichtskapsel kan leiden tot glenohumerale instabiliteit. Dit is nog waarschijnlijker wanneer er overige mechanical constraints aanwezig zijn zoals cleidoscapulaire movement impairment, cleidoscapulaire motor control impairment, motor performance impairment en glenohumerale motor control/performance impairment. Fysiotherapie kan zich niet richten op kapselverkorting doch wel op het verhelpen van de overige mechanical constraints.
3. Bij een normaal glenohumeraal gewrichtskapsel dient uit te worden gegaan van het cleidoscapulaire complex omdat een beperking van deze kan leiden tot:
• glenohumerale instabiliteit
• subacromiale pijn
• costoclaviculaire pijn
• coracoclaviculaire pijn
• acromioclaviculaire pijn
Daarnaast is het zo dat provocatietests pas dan te vertrouwen zijn wanneer de lengte van het glenohumerale gewrichtskapsel in normaal is. Een verkort dan wel verlengd kapsel leidt Řberhaupt tot pijn en dan heb je dus in principe een vals-positieve testuitslag.
4. Bij een normaal glenohumeraal gewrichtskapsel en een normaal cleidoscapulair bewegingsgedrag (geen movement impairment en geen motor impairment), kijken naar overige mechanical constraints (zie onderzoek laxide kapsel).
5. Zeker bij een trauma ook het pathologisch anatomisch substraat trachten te achterhalen. Zonder trauma is het logischer om pathokinematische fenomen te achterhalen. Echter in beide gevallen geld: fysiotherapeutisch onderzoek dient bij voorkeur niet alleen diagnostisch doch ook pragmatisch te zijn in die zin, dat er op zoek moet worden gegaan naar behandelbare grootheden. Om die reden, is het logisch om het achterhalen van mechanical constraints als belangrijker te benaderen dan het achterhalen van een pathologisch anatomisch substraat of pathokinematisch fenomeen.

Nota Bene
- De Stenver’s criteria worden uitgevoerd in anteflexie-elevatie richting en niet in abductie-elevatie richting omdat anteflexie-elevatie een geleidelijker verlopende beweging is dan abductie-elevatie in die zin, dat de concomitante clavicularotatie en scapulaire ventraalrotatie bij anteflexie-elevatie direct beginnen en bij abductie-elevatie pas vanaf ongeveer 160 graden. In vivo ziet men op dit punt vooral een ogenschijnlijk glenohumerale exorotatie ontstaan. Lang werd gedacht dat deze ‘in vivo’ beweging verantwoordelijk was voor het verder kunnen uitvoeren van abductie-elevatie doordat het tuberculum majus onder het acromion vandaan zou draaien doch is thans beend dat deze vooral een ventraal waartse rotatie van de scapula is t.o.v. de thorax en de concomitante clavicularotatie die daarbij hoort. Dat de glenohumerale exorotatie niet verantwoordelijk is voor het verder uit voeren van de abductie-elevatie beweging is gemakkelijk aan te tonen. Indien men in een neutrale stand tussen endo- en exorotatie de humerus abduceert en daarbij de scapula fixeert zal er er 90-105 beweging mogelijk zijn. Indien men vanaf dit punt, de humerus exoroteert en nog steeds de scapula fixeert, is er niet meer beweging mogelijk. Dus, de glenohumerale exorotatie is niet verantwoordelijk voor de verdere mobiliteit. Deze is pas dan mogelijk, wanneer de scapula niet meer wordt gefixeerd. Dus is de ogenschijnlijk puur optredende glenohumerale exorotatie niet verantwoordelijk voor het het maken van een totale abductie-elevatie, maar de scapulaire latero-ventraal- rotatie en de daarbij verplicht optredende claviculaire rotatie, wel.

Tony91 27 April 2009 17:43

mooi dat hier mensen met kennis zijn! Jammer genoeg begrijp ik dit (nog) niet.
Als ik mag vragen welke boeken lezen, leren jullie om kennis over de schouder op te doen.

Ik ga volgend jaar kinÚ volgen en zou mij later graag specialiseren in de schouder. Daarom dat ik er vroeg aan wil beginnen.

alvast dank!

boschh 28 April 2009 10:51

Idd interessant stuk om te lezen...

Ik heb zelf een knarsend/schrapend geluid in mijn schouders als ik mijn armen beweeg. Mijn schouders doen nog geen pijn en ik kan nog voluit trainen maar ik ben toch even naar de dokter gegaan. Foto's laten maken in het ziekenhuis maar op deze foto's was niks te zien, oftewel botten waren okÚ..

Nu denkt de huisarts dat de pezen verdikt zijn(wat dus impingement veroorzaakt!?) en daarom mag ik nu drie weken mijn schouders niet zwaar belasten om er voor te zorgen dat de pezen weer 'normaal' worden.. Zo niet dan moet ik naar een sportarts..

Ben benieuwd.. :rolleyes:

TheNose 8 May 2009 14:55

Citaat:

Origineel gepost door Tony91 (Post 3766362)
mooi dat hier mensen met kennis zijn! Jammer genoeg begrijp ik dit (nog) niet.
Als ik mag vragen welke boeken lezen, leren jullie om kennis over de schouder op te doen.

Ik ga volgend jaar kinÚ volgen en zou mij later graag specialiseren in de schouder. Daarom dat ik er vroeg aan wil beginnen.

alvast dank!

Vind je het gek dat je het niet begrijpt, je wordt hier doodgegooid met allerlei vakjagon.

Brian je bent een aardige gast, en zo te lezen is je theoretische kennis zeker in orde. Hou er alleen rekening mee dat ALS ik hier een reactie geeft op een vraag van een lid ik de uitleg simpel tracht te houden, zodat mensen er ook wat mee kunnen. Zo'n heel theoretisch verhaal met een woordenboek ernaast geeft alleen ingewijden nuttige informatie, de mensen die het juist niet echt nodig hebben.

Wat ik probeer te zeggen is: Pas je uitleg aan aan je publiek en probeer zonder teveel in detail te treden mensen iets uit te leggen of een punt te maken. Dat zal je in het werkveld een hoop schelen. Niks mis met je info hoor daar niet van.

Interwise 8 May 2009 15:17

Citaat:

Origineel gepost door TheNose (Post 3797896)
Vind je het gek dat je het niet begrijpt, je wordt hier doodgegooid met allerlei vakjagon.

Brian je bent een aardige gast, en zo te lezen is je theoretische kennis zeker in orde. Hou er alleen rekening mee dat ALS ik hier een reactie geeft op een vraag van een lid ik de uitleg simpel tracht te houden, zodat mensen er ook wat mee kunnen. Zo'n heel theoretisch verhaal met een woordenboek ernaast geeft alleen ingewijden nuttige informatie, de mensen die het juist niet echt nodig hebben.

Wat ik probeer te zeggen is: Pas je uitleg aan aan je publiek en probeer zonder teveel in detail te treden mensen iets uit te leggen of een punt te maken. Dat zal je in het werkveld een hoop schelen. Niks mis met je info hoor daar niet van.

agreed, snap het zelf wel maar kan begrijpen dat leken dit echt niet snappen. misschien slim om hier een artikeltje over te maken massbuilder?

TheNose 8 May 2009 15:29

Schouderklachten kunnen vele oorzaken hebben, dus zonder een patientencasus als uitgangspunt kan je blijven schrijven.

Het doet me wel wat dat je eerst 3 jaar gaat studeren voordat je een reply op mijn post plaatst Brian! ;)

beginnerbb 8 May 2009 15:32

Citaat:

Origineel gepost door TheNose (Post 3798022)
Schouderklachten kunnen vele oorzaken hebben, dus zonder een patientencasus als uitgangspunt kan je blijven schrijven.

Het doet me wel wat dat je eerst 3 jaar gaat studeren voordat je een reply op mijn post plaatst Brian! ;)

:D

Ik ben het wel met je eens dat het inderdaad weinig zegt, zonder een bepaalde patiŰntencasus. Aangezien de schoudergordel zo divers en ingewikkeld is, dat maar 1 oorzaak er uit pakken totaal zinloos is. Alle oorzaken er uitpakken is te veel werk.

Maar Loo was ge´nteresseerd naar het stuk tekst van Brian, en Loo kan het als het goed is goed begrijpen. Dus dat het dan te veel jargon is (vakjargon is een pleonasme;)) soit, niks aan te doen.

Overigens vraag ik me af, brian, of dit letterlijk uit een boek komt?

Ano_1986_2 8 May 2009 16:25

Een schouder is inderdaad gecompliceerd.
Ik had nu de laatste twee dagen last in mijn linkerschouder, een stekende pijn bij bepaalde bewegingen. Overigens moest ik maar binnen 2 weken terug naar de kinesist maar heb onmiddellijk gezegd dat ik vroeger wou, zodoende dus vandaag langs geweest.

Wat blijkt dat bvb. de bicepsaanhechting lichtjes ge´rriteerd zit en dat ik een oefening iets meer in mijn schema moet onderhanden nemen omdat mijn schouderbladen iets teveel naar voren komen te staan omdat het gedeelte in mijn rug iets te zwak begint te worden tov mijn schouderbladen.

Het gaat namelijk om de high pulley oefening met smalle greep waarbij ik ipv. naar de borst toe te trekken, van hoog-af naar het bekken toe moet trekken.

Blijkbaar zorgen die problemen ervoor dat alles wat begint te knellen en dus ook pijn doen.

TheNose 11 May 2009 12:14

Citaat:

Origineel gepost door Mongsky (Post 3798182)
Een schouder is inderdaad gecompliceerd.
Ik had nu de laatste twee dagen last in mijn linkerschouder, een stekende pijn bij bepaalde bewegingen. Overigens moest ik maar binnen 2 weken terug naar de kinesist maar heb onmiddellijk gezegd dat ik vroeger wou, zodoende dus vandaag langs geweest.

Wat blijkt dat bvb. de bicepsaanhechting lichtjes ge´rriteerd zit en dat ik een oefening iets meer in mijn schema moet onderhanden nemen omdat mijn schouderbladen iets teveel naar voren komen te staan omdat het gedeelte in mijn rug iets te zwak begint te worden tov mijn schouderbladen.

Het gaat namelijk om de high pulley oefening met smalle greep waarbij ik ipv. naar de borst toe te trekken, van hoog-af naar het bekken toe moet trekken.

Blijkbaar zorgen die problemen ervoor dat alles wat begint te knellen en dus ook pijn doen.

upperback werk is het belangrijkste voor jou, zeker na schouder ok's. Dus face pulls en band pull aparts voor jou.


09:48

v3.8.9 Beta 1